Het recht op de gewone kinderbijslag is in principe gebaseerd op
een beroepsactiviteit als werknemer
in België of een daarmee gelijkstaande situatie (ook bijvoorbeeld
de opzeggingstermijn, de jaarlijkse vakantie en stakingsperiodes,
enz.). Het kinderbijslagfonds
krijgt automatisch de gegevens.
Wie opnieuw werkt na werkloosheid of ziekte kan nog een tijd recht hebben op een sociale toeslag bij de kinderbijslag.
Als het recht ontstaat bij het begin van de activiteit als werknemer,
is er meteen recht voor de rest van het lopende trimester en het
trimester daarna. Voor de volgende trimesters zijn februari, mei,
augustus en november referentiemaanden. Wie in een referentiemaand
werkt, heeft recht op kinderbijslag voor het lopende trimester en
voor het volgende trimester.
Een voorbeeld:
Myriam, een alleenstaande met 2 kinderen, begint op 1 april te werken
als buschauffeur. Daarvoor was ze zelfstandige. Haar recht op kinderbijslag
als werknemer gaat in op 1 april. April is de eerste referentiemaand.
Het kinderbijslagfonds van haar werkgever krijgt automatisch de
gegevens over haar arbeidsprestaties in april en dat geeft haar
recht op kinderbijslag tot en met september. De volgende referentiemaand
is augustus. Op basis van haar arbeidsprestaties in die maand heeft
ze recht tot eind december, enz.
Voor het begin en het einde van het recht op kinderbijslag zie
ook Van 0 tot 25 jaar, Hoe de kinderbijslag
krijgen ?